Isoleren

Isolatiecheck
In de onderstaande tabel is per bouwperiode zichtbaar gemaakt welke isolatiemaatregelen waarschijnlijk al getroffen zijn per woning, en welke maatregelen nog genomen kunnen worden. Let op: dit is een indicatie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat jij of een voorgaande bewoner al isolatiemaatregelen getroffen hebt. Daarom is het goed om altijd zelf te controleren of maatregelen al genomen zijn. Voor een gedetailleerdere isolatiecheck en tips hoe je kan controleren of maatregelen al genomen zijn, verwijzen we je graag door naar Milieucentraal . Monumentale gebouwen zijn over het algemeen lastiger te isoleren. Voor monumenten kun je kijken op de Groene Menukaart .
Isolatiemaatregelen
Het isolatiepakket dat nodig is om een woning voor te bereiden op een andere manier van verwarmen, is niet voor elke woning hetzelfde. Het hangt af van de huidige staat van de woning maar ook van het toekomstige warmtesysteem. We beschrijven hier in zijn algemeenheid wat isolatie betekent, en geven alvast een paar tips waar je mee aan de slag kunt gaan. In de onderstaande diavoorstelling (je kunt naar links en naar rechts klikken) worden de verschillende isolatiemaatregelen kort toegelicht.
Wanneer kan ik isoleren?
Om de kosten én de overlast te beperken, helpt het om duurzaamheidsmaatregelen op een natuurlijk moment te treffen: bijvoorbeeld bij een renovatie of verbouwing. Een natuurlijk moment is een moment waarop toch al geïnvesteerd wordt en werkzaamheden gecombineerd kunnen worden. Door het combineren van werkzaamheden wordt geld bespaard én de overlast beperkt. Er is immers maar één moment van overlast.
Over het algemeen geldt: alle aanpassingen aan de bouwkundige schil moeten gelijk goed gebeuren. De bouwkundige schil (vloeren, gevels en daken) heeft normaal gesproken een levensduur van meer dan 50 jaar. Alle aanpassingen die voor die tijd gedaan moeten worden, zijn een verspilling van geld.
Kozijnen vervangen? Kies gelijk voor triple glas (bestaat uit 3 glasplaten). Kozijnen hebben een levensduur van 40 tot 50 jaar, die worden voorlopig dus niet meer vervangen. Grootschalige renovatie of verbouwing van een woning? Kijk naar de mogelijkheden voor na-isolatie door middel van bijvoorbeeld voorzetwanden of buitengevelisolatie. Aanbouw? Zorg dat deze in ieder geval aan de huidige isolatie-eisen voldoet (liefst nog beter).
Laat altijd een expert (architect, bouwkundige, bouwfysicus of andere deskundige die bekend is met de eisen en gevolgen van na-isolatie) naar de situatie kijken. Isolatie zorgt bijvoorbeeld voor een andere vochthuishouding in een woning. Het verkeerd aanbrengen van isolatie kan voor vochtproblemen zorgen.
Subsidies en leningen
Ga je in je woning of bedrijfspand aan de slag met verduurzaming, dan kun je daarvoor in een aantal gevallen subsidie krijgen. Zonder subsidie is isoleren en opwekking van duurzame energie al financieel erg interessant. Met subsidie worden de maatregelen nog sneller terugverdiend. Om de subsidie aan te kunnen vragen, moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Meer informatie? Klik hier om naar de website van het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) te gaan.
Naast subsidie zijn er ook interessante regelingen waarmee je de isolatiemaatregelen (en andere verduurzamingsmaatregelen) kunt financieren:
- Energiebespaarlening voor woningeigenaren (direct regelen? Klik hier )
- Extra hypotheekruimte voor woningeigenaren
- Belastingvoordelen en investeringsaftrekken voor bedrijven
- Voor informatie over alle subsidies en financieringsregelingen, klik hier
Tip: kijk niet alleen naar de initiële investering, maar denk in maandlasten. Voorbeeld: je hebt nu een maandelijkse energierekening van 150 euro en deze kun je met isolatiemaatregelen terug brengen tot 75 euro. De financiering (rente en aflossing) kost je maandelijks 50 euro. Dat betekent dat je vanaf dit moment elke maand 25 euro overhoudt zonder dat je ook maar een euro aan spaargeld kwijt bent.
Naast landelijke subsidies en financieringsmogelijkheden, zijn er in verschillende gemeenten ook lokale regelingen. Benieuwd naar de subsidies en leningen in je gemeente? Vul dan de Energiesubsidiewijzer in.
Hoe weet ik of ik mijn woning kan aansluiten op een warmtepomp of een lage-temperatuur warmtenet?
Als uw woning heel goed is geïsoleerd dan heb je minder warmte nodig om tot een aangename temperatuur in de woning te komen. Wanneer je overgaat op een warmtepomp, of je woning wordt aangesloten op een lage-temperatuur warmtenet, dan is het zelfs noodzakelijk dat je woning niet veel warmte nodig heeft voor verwarming. Is je woning klaar voor de overstap? Een simpele doe-het-zelf test om hierachter te komen is de 50-graden test. Cv-ketels staan vaak standaard ingesteld op een aanvoertemperatuur van 80 of 90 graden Celsius. Dit is de temperatuur van het water dat naar de radiatoren wordt gevoerd. Door deze aanvoertemperatuur te verlagen, wordt bij moderne ketels het rendement verbeterd en bespaar je aardgas en dus kosten. Je kunt dat zelf (of met de hulp van je installateur) uitproberen. Wanneer je huis, ook in de winter, warm genoeg blijft bij een aanvoertemperatuur van 50 graden dan is je woning ook geschikt voor lage temperatuurnetten en -systemen. Wanneer je woning hiermee onvoldoende warm wordt op een koude winterdag, dan kan de temperatuur van uw cv-ketel altijd weer stapsgewijs worden verhoogd en moeten er aanvullende maatregelen getroffen worden (bijvoorbeeld isoleren, radiatoren vervangen door lage-temperatuur radiatoren of vloerverwarming) om toepassing van lage-temperatuur verwarming mogelijk te maken. Kijk voor meer informatie op de website van Milieucentraal .