Booronderzoek in de Basisregistratie Ondergrond

Vakgebieden en classificatiemethoden

Deze storymap is gemaakt ter ondersteuning van het standaardisatieproces van het registratieobject booronderzoek in de Basisregistratie Ondergrond. De storymap is in ontwikkeling en wordt geregeld geactualiseerd.

Booronderzoek is een manier om informatie te krijgen over de opbouw van de ondergrond door het boren van een gat in de grond en het verzamelen van monsters.

Booronderzoek in de Basisregistratie Ondergrond

Booronderzoek is één van de registratieobjecten in het domein bodem- en grondonderzoek van de Basisregistratie Ondergrond.

Bij projecten wordt vaak gesproken over een booronderzoek. Daarbij bedoelt men in de praktijk vaak een aantal boringen tezamen. Echter, binnen de Basisregistratie Ondergrond bedoelen we met een booronderzoek de informatie dat het resultaat is van één onderzoek aan één boring. Er is vanuit één bronhouder één opdracht om op één locatie informatie in te winnen op één moment.

Een booronderzoek bij de BRO is 1 boring waaraan onderzoek is gepleegd op 1 locatie met 1 opdracht en op 1 moment, onder de verantwoordelijkheid van 1 bronhouder.

Diversiteit in booronderzoek

Er is een grote diversiteit in de booronderzoeken vanwege:

  • de plaats van de boring, zoals land, zee of in rivieren;
  • de wijze van boren, zoals machinaal of met de hand;
  • de diepte van de boring;
  • en (niet op de minste plaats) de achtergrond en behoefte aan informatie waarvoor het onderzoek wordt uitgevoerd.

Diversiteit in booronderzoeken.

Boormonsters

Tijdens het boren worden monsters genomen. De monstername kan op verschillende manieren gebeuren:

Boormonsters: links monsters met geroerd materiaal. Rechts gestoken monsters.

  • Van kwalitatief zeer goed -gestoken monsters-, waarin je de laagjes ziet, zoals op het rechter plaatje.
  • Tot kwalitatief minder, zoals geroerd materiaal zoals op het linker plaatje.

De wijze van bemonstering is van invloed op hetgeen je kunt bepalen en herkennen binnen het booronderzoek. Bij de uitvoering moet hier al rekening mee worden gehouden aangezien het bepalend is voor de informatie die het booronderzoek kan bevatten.

Om ordening aan te brengen in deze diversiteit van het onderzoek is het booronderzoek onderverdeeld in vakgebieden omdat het richting geeft aan de inhoud van het onderzoek.

Vakgebieden

De Basisregistratie Ondergrond is bedoeld om informatie goed te kunnen hergebruiken. Voor hergebruik is het daarom van belang om ordening aan te brengen zodat je weet wat je mag verwachten van het betreffende booronderzoek. Daarom is het van belang om vast te leggen waarvoor het booronderzoek is uitgevoerd en met welke expertise het is uitgevoerd. Een belangrijke factor voor de ordening van de informatie is daarom het vakgebied waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd en dan met name de vertaling daarvan naar toepassingsgebied. Die invalshoek is bepalend voor de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en de samenstelling van dat onderzoek. Als je bijvoorbeeld als archeoloog iets wil weten, dan wil je ook weten of die expertise aanwezig was bij het betreffende booronderzoek, of dat het met een andere expertise is uitgevoerd waarbij mogelijk geen aandacht is voor specifieke archeologische aspecten. Het geeft een kwaliteitsindicatie voor de hergebruiker. 

Omdat de vakgebieden specifieke invalshoeken hebben is binnen de Basisregistratie Ondergrond ook een indeling van het booronderzoek per vakgebied gemaakt.

BODEMKUNDE

Dit vakgebied houdt zich bezig met het bovenste deel van de ondergrond, die van belang is voor planten en waarin bodemvormende processen plaatsvinden.

Dit soort onderzoek wordt vaak toegepast binnen de landbouw en het natuurbeheer. Het onderzoek gaat tot een maximale diepte van 15 meter, maar beperkt zich meestal tot de eerste 2,5 meter vanaf maaiveld.

Het type onderzoek is specifiek en wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door Wageningen Environmental Research (WENR).

De boormonsterbeschrijving is gebaseerd op de classificatiemethode van de Bakker en Schelling.  

De bodemkundige booronderzoeken zijn per 1-1-2018 in werking getreden.

GEOTECHNIEK

Dit vakgebied houdt zich met name bezig met zaken ten behoeve van het bouwen op of in de grond. Men doet daarbij onderzoek naar de draagkracht/stevigheid van de grond en het gedrag dat die grond zal gaan vertonen bij het aanbrengen van bepaalde belastingen of het (tijdelijk) veranderen van de grondwatersituatie.

Het onderzoek speelt zich over het algemeen af in de bovenste 40 meter. In bijzondere gevallen reikt het onderzoek dieper, met een maximum van 150 meter. 

Geotechnisch booronderzoek wordt uitgevoerd bij bijvoorbeeld de aanleg van wegen, tunnels of gebouwen of het beoordelen van waterkeringen. Kortom: bij alle constructies die worden aangelegd in of op de ondergrond is geotechnisch booronderzoek nodig. De boormonsterbeschrijving wordt uitgevoerd volgens de classificatiemethode NEN-EN-ISO 14688-1. Bij dit soort onderzoeken worden ook vaak boormonsteranalyses uitgevoerd.

Het geotechnisch booronderzoek is per 1-1-2020 in werking getreden.

 GEOLOGIE

Het vakgebied geologie houdt zich bezig met het onderzoek naar de opbouw van de ondergrond in relatie tot de wijze waarop deze is ontstaan/afgezet en de eigenschappen die daaruit voortvloeien. 

Het onderzoek betreft een specialistisch onderzoek waarbij een grote mate van detail aan de orde is. Denk daarbij aan de kleurverschillen van de korrels om te snappen wat de oorsprong van het materiaal is. De verschillende soorten schelpen om te weten wat het afzettingsmilieu is. Voor de boormonsterbeschrijving classificatiemethode SBB6.0 gehanteerd welke gebruik maakt van zowel de NEN5104 als de NEN-EN-ISO 14688-1. Het traject waarbinnen dit onderzoek plaatsvindt loopt van 0 tot dieper dan 500 meter. Echter is 500 meter de begrenzing i.v.m. de mijnbouwwet waardoor de activiteiten van de boring onder andere voorwaarden wordt uitgevoerd.

Geologisch booronderzoek wordt over het algemeen door de Geologische Dienst Nederland uitgevoerd als basis voor het maken van de landelijke geo(hydro)logische modellen welke als registratieobject in de Basisregistratie Ondergrond zijn opgenomen. 

Het Geologische booronderzoek zal op 1 juli 2021 in werking treden.

 TOEGEPASTE GEOLOGIE

Het vakgebied toegepaste geologie is meer gebaseerd op de toepassing van de ondergrond in een bepaalde context. Het onderzoek is er op gericht om bepaalde eigenschappen op die plek beter en nauwkeuriger inzichtelijk te krijgen. De geologische aspecten spelen daar natuurlijk een belangrijke rol. 

Het onderzoek heeft een grote diversiteit aan onderliggende doelen. Het traject waarbinnen dit onderzoek plaatsvindt is daardoor ook zeer ruim en loopt van 0 tot dieper dan 500 meter. Ook hiervoor geld dat 500 meter de begrenzing is i.v.m. de mijnbouwwet waardoor de activiteiten van de boring onder andere voorwaarden wordt uitgevoerd.

Bij toegepast geologisch booronderzoek is minder detail nodig vergeleken met geologisch booronderzoek. Toegepast geologische booronderzoek wordt meestal gebruikt om reeds bestaande ondergrondmodellen te toetsen of voor het bijstellen van de verwachting. Dit doet men bij het inrichten van constructies in de ondergrond, voor het onttrekken of monitoren van grondwater en het plaatsen van Warmte-Koude Opslagsystemen. Ook kan men toegepast geologische booronderzoeken uitvoeren voor het maken van meer lokale of regionale ondergrondmodellen. 

Aangezien bij de uitvoering van dit type onderzoek stakeholders zijn betrokken vanuit verschillende achtergronden, zoals de geotechniek of de milieusector, kan de classificatiemethode mogelijk variëren. In eerste instantie was de gedachten dat de boormonsterbeschrijving alleen gebaseerd zou worden op de classificatiemethode NEN-EN-ISO 14688-1. Echter is door stakeholders aangegeven dat er ook behoefte is om te gaan werken met de op dit moment in voorbereiding zijnde norm NEN6693 welke vanuit de milieusector gebruikt gaat worden. Aangezien die norm nog in voorbereiding is en de branches nog moet beoordelen welke classificatiemethode zij wenselijk vinden, is de inwerkingtreding van toegepast geologisch booronderzoek voor de Basisregistratie Ondergrond voorlopig is uitgesteld. Het moment van inwerkingtreding is daarmee nog niet bekend. 

In afwachting op de vaststelling van de norm en de gewenste werkwijze in de branches wordt dit type onderzoek vooralsnog nog niet opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond.

CULTUURTECHNIEK

Het vakgebied cultuurtechniek houdt zich bezig met bezig met het onderzoek om gronden geschikt te maken of te houden voor bepaalde doeleinde. Het vakgebied heeft een nauwe verwantschap met bodemkunde en geotechniek, maar wijkt op werkwijze en informatie af. 

Het onderzoek gaat tot een maximale diepte van ca. 15 meter maar beperkt zich meestal tot de eerste 5 meter vanaf maaiveld.  

Cultuurtechnisch onderzoek wordt uitgevoerd bij bijvoorbeeld de aanleg van sportvelden of het beoordelen van schades door ingrepen bij aanleg van leidingen in landbouwgebieden. De boormonsterbeschrijvingen die voor dit booronderzoek worden uitgevoerd zijn een combinatie van de classificatiemethode NEN5104 en de Bakker en Schelling. Wanneer het standaardisatietraject van de Basisregistratie Ondergrond hiervoor start zullen er afspraken gemaakt moeten worden voor de toekomst aangezien de NEN5104 inmiddels is vervangen door de NEN-EN-ISO 14688-1.

Vooralsnog is dit type onderzoek nog niet opgenomen in de BRO. Het is ook nog niet duidelijk wanneer dit opgepakt gaat worden.  

ARCHEOLOGIE en MILIEUKUNDE

De vakgebieden milieukunde en archeologie zijn voorlopig níet binnen scope van de Basisregistratie Ondergrond. Er loopt wel een onderzoek of milieukundig booronderzoek opgenomen zou moeten worden in de Basisregistratie Ondergrond, maar vooralsnog zijn ze buiten scope.

Milieukunde houdt zich bezig met het signaleren en in beeld brengen van vervuiling en tevens ook het monitoren daarvan. Denk daarbij aan een onderzoek t.b.v. een schone grond verklaring, of een onderzoek om te bepalen hoe een vervuiling zich verplaatst. De boormonsterbeschrijvingen zijn momenteel nog gebaseerd op de classificatiemethode NEN-5104. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe classificatie norm, te weten de NEN-6693.  

Archeologie houdt zich bezig met het signaleren en in beeld brengen van overblijfselen van oude culturen en het in kaart brengen van aspecten van mogelijke archeologische waarde in de ondergrond. Het type onderzoek wordt vaak uitgevoerd wanneer de inrichting van het gebied/terrein wordt veranderd. Als classificatiemethode voor de boormonsterbeschrijving wordt gebruik gemaakt van de ASB. 

MIJNBOUW

Bij dit vakgebied betreft het de booronderzoeken welke vallen onder de wettelijke kaders van de mijnbouw. Denk daarbij aan boringen t.b.v. opsporing en winning van olie, gas of zout, maar ook die van geothermie

De boringen vallen onder de mijnbouwwet en daarmee ook de onderzoeken. Voor de Basisregistratie Ondergrond vallen ze daarom onder een ander domein van de Basisregistratie Ondergrond. Het vakgebied mijnbouw valt dus níet onder het domein bodem- en grondonderzoek van de Basisregistratie Ondergrond maar onder het domein mijnbouwwet. Dit betekent dus dat dit buiten scope is voor het registratieobject booronderzoek. Meer informatie over het domein Mijnbouwwet kunt u vinden in de  storymap over het domein Mijnbouwwet in de Basisregistratie Ondergrond .

(Deel)onderzoeken

Een boring op zich is nog geen booronderzoek. Daarom worden ook niet alle boringen onder de Basisregistratie Ondergrond geregistreerd. Pas als de monster of het boorgat van de boring worden onderzocht is er sprake van een booronderzoek. Het onderzoek kan zowel in het veld als in een laboratorium plaatsvinden.

Er worden een aantal verschillende (deel)onderzoeken onderscheiden:

  • De boormonsterbeschrijving: de monsters die verzameld zijn uit het boorgat worden bekeken en zintuigelijk beoordeeld. Aan de hand daarvan wordt er een indeling gemaakt in lagen en wordt het materiaal beschreven. Het beschrijven van de lagen wordt aan de hand van een bepaalde classificatiemethode gedaan. De beschreven lagen tezamen vormen samen een boorprofiel van de ondergrond.
  • Boormonsteranalyse: in sommige gevallen wil men meer detail of nauwkeurigere informatie op bepaalde plekken. Dit doet men door het uitvoeren van testjes of proeven in bijvoorbeeld een laboratorium. Denk hierbij aan korrelgrootte analyses of de triaxiaal proef die de sterkte van de ondergrond bepaalt. Al deze afzonderlijke bepalingen tezamen vormen een boormonsteranalyse. 
  • Boormonsterfotografie: structuren of vormen laten zich niet altijd goed in tekst omschrijven. Daarvoor worden de monsters ook vaak gefotografeerd, met name de gestoken of de gekernde monsters waarin deze structuren nog zichtbaar zijn. Vooralsnog is dit deelonderzoek nog niet opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond.
  • Boorgatlogging: met name bij diepe boringen en bepaalde boormethodes is het gewenst om beter en nauwkeuriger vast te stellen waar zich bepaalde lagen bevinden. Dit doet men met behulp van een boorgatlogging. Dat is een meting in het boorgat waarbij men een sonde langzaam in het boorgat laat zakken en tijdens het zakken een aantal sensormetingen uitvoert om een indicatie te krijgen van wat er in die wand van het boorgat aanwezig is. Men meet verschillende dingen zoals bijvoorbeeld een natuurlijk radioactiviteit, wat inzicht geeft in het materiaal dat op die diepte aanwezig is. Vooralsnog is dit deelonderzoek nog niet opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond.

Al de informatie over het zetten van de boring (door wie, en wanneer), de boorlocatie, de type boring, de wijze van bemonstering en de resultaten uit de (deel)onderzoeken worden opgeslagen in de Basisregistratie Ondergrond.

Alleen boringen waarbij (deel)onderzoek heeft plaatsgevonden zullen worden opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond. Dus niet alle boringen zullen in de Basisregistratie Ondergrond worden geregistreerd. Een voorbeeld: een boring voor het plaatsen van een heipaal waaraan geen onderzoek is gepleegd, zal dus niet in de basisregistratie ondergrond worden opgenomen. Een boring waarbij wel een onderzoek heeft plaatsgevonden, wordt wél opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond.

Informatie en classificatie

Booronderzoek start met de probleemstelling. Dit levert een behoefte op voor informatie die nog niet aanwezig is en die de aanleiding is om booronderzoek te gaan uitvoeren. 

De probleemstelling is meestal gerelateerd aan een of meerdere kennisvelden ofwel vakgebieden. Vanuit een vakgebied heeft men in relatie tot de probleemstelling een bepaalde informatiebehoefte die bepalend is voor de wijze waarop het booronderzoek ingevuld wordt. Bij het bepalen van de wijze waarop het booronderzoek wordt uitgevoerd, wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande protocollen, standaarden en normen zodat er een eenduidige werkwijze is. Een van die aspecten voor de boormonsterbeschrijving is de classificatiemethode waaraan moet worden voldaan. Een classificatiemethode geeft aan welke aspecten van een laag beschreven moeten worden en hoe je die aspecten moet benoemen.   

Bij het bepalen van de wijze waarop het booronderzoek wordt uitgevoerd, wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande protocollen, standaarden en normen zodat er een eenduidige werkwijze is.

De classificatiemethode en het vakgebied zijn voor de opdrachtnemer van belang omdat hij op die manier weet welke kennis en kunde nodig zijn en mensen kan inplannen om het booronderzoek uit te voeren. De classificatiemethode en het vakgebied zijn bij hergebruik van data uit de Basisregistratie Ondergrond ook van belang omdat de gebruiker daarmee kan inschatten of de bestaande informatie geschikt is voor zijn toepassingsdoel. Het is een kwaliteitsaanduiding en het duidt aan hoe het materiaal is beschreven en welke expertise erbij aanwezig was.

De classificatiemethode en het vakgebied zijn bij hergebruik van data uit de Basisregistratie Ondergrond van belang omdat de gebruiker daarmee kan inschatten of de informatie geschikt is voor zijn toepassingsdoel.

Het maken van boormonsterbeschrijvingen is gevangen in protocollen, standaarden en normen. 

Hierin is de werkwijze voor het zintuiglijk waarnemen beschreven en wordt de vertaling gemaakt hoe deze waarneming te classificeren en te benoemen. Deze manier van werken wordt de classificatiemethode genoemd.

Gebruikelijke classificatiemethodes zijn:

  • NEN-EN-ISO 14688 (geotechnisch)
  • De Bakker en Schelling (bodemkundig)
  • NEN 5104 deze norm is inmiddels vervallen en vervangen door NEN-EN-ISO 14688, maar binnen sommige vakgebieden nog gebruikt wordt.

Een classificatiemethode kan gezien worden als een basisafspraak die door verschillende vakgebieden gebruikt kan worden. 

Naast deze basis kan men vanuit een specifiek vakgebied nog extra afspraken maken over het benoemen van andere aspecten of verfijning van de basis aspecten. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Archeologische Standaard Boorbeschrijving, ASB, voor Archeologie;
  • Standaard Boor Beschrijvingsmethode, SBB, voor Geologie
  • Technisch document 19,A, voor Bodemkunde 

Casus Archeologie

We schetsen hier een korte casus op basis van het vakgebied archeologie. Archeologie is voorlopig buiten scope van de Basisregistratie Ondergrond. 

Sinds 2007 is het wettelijk verplicht om bij ingrepen in de bodem, rekening te houden met de aanwezigheid van archeologische waarden.

Bij een uitbreiding van een woonwijk wil men weten of er in het gebied archeologische waarde aanwezig is. Hiervoor wordt eerst een bureaustudie gedaan en vervolgens kan men een veldonderzoek laten uitvoeren. Dit veldonderzoek bestaat meestal uit het uitvoeren van meerdere booronderzoeken, verdeeld over het gebied, waarbij rekening gehouden wordt met de potentiële verwachting van archeologische vondsten. 

Archeologisch booronderzoek stelt bepaalde eisen aan de uitvoering van de boring. Een aspect hiervan is bijvoorbeeld de diameter van de boring omdat dat bepalend is voor de kans van het aantreffen van archeologische aspecten. Daarnaast stelt het ook eisen aan de aspecten waarna men kijkt t.b.v. het maken van de boormonsterbeschrijving. 

Voor de archeoloog zijn twee aspecten van belang:

Een archeoloog is geïnteresseerd in de omschrijving van de lagen in de ondergrond omdat die inzicht geven in de ontstaanswijze en de periode waarin dit heeft afgespeeld. Dat geeft hem inzicht in de kans op menselijke activiteiten. Hiermee kan hij voor het gebied in kaart brengen wat mogelijk archeologisch interessant is. 

Daarnaast zijn er bij het archeologisch booronderzoek nog vakspecifieke aspecten waarin de archeoloog is geïnteresseerd, zoals aardewerkfragmenten, baksteen, botresten, verbrandingsresten, etc. Dit levert hem specifiek archeologisch inzicht in wat er werkelijk in de bodem aanwezig is.

Met de twee aspecten tezamen bepaalt men vervolgens hoe men verder wil gaan.  

Voor de omschrijving van de lagen in de ondergrond kan de archeologie gebruik maken van de generieke classificatie methode.

Vanuit het vakgebied archeologie kunnen de vakspecifieke informatieaspecten daaraan toegevoegd worden. 

Door de generieke classificatiemethode en de aanvullingen te gebruiken kan de archeoloog zich een gedachte vormen waar men bepaalde zaken in de ruimte kan vinden. De afspraken over de combinatie van de generieke classificatie met de aanvullingen worden dan gezien als een aparte classificatiemethode. 

Gefaseerde invoering van booronderzoek in de Basisregistratie Ondergrond

Planning van de invoering van de vakgebied-specifieke BRO-catalogi voor booronderzoek

Het soort booronderzoek kan variëren in diepte en samenstelling en is mede afhankelijk van het vakgebied waarvoor het gemaakt wordt en welke classificatiemethode is gebruikt. Omdat per vakgebied de onderzochte en gewenste informatie verschilt, worden de registraties van booronderzoek bij de Basisregistratie Ondergrond per vakgebied gestandaardiseerd en ingericht. De Basisregistratie Ondergrond houdt rekening met de gebruikelijke classificatiemethoden én de vakgebieden. Per vakgebied wordt er een catalogus gemaakt waarin de afspraken voor dat type booronderzoek wordt weergegeven. In de catalogus van het registratieobject zijn objecttypen en attributen opgenomen van de classificatiemethoden en vakspecifieke kenmerken. Op die manier is duidelijk welke informatie er van dat booronderzoek is en met welke kennis het geproduceerd is.

Omdat de informatie en de samenstelling van het booronderzoek per vakgebied verschilt, wordt het booronderzoek binnen de Basisregistratie Ondergrond ook gefaseerd per vakgebied ingevoerd. Naast de fasering op vakgebied wordt er ook binnen de vakgebieden gefaseerd op basis van de deelonderzoeken. Vooralsnog worden per vakgebied afspraken gemaakt over de boormonsterbeschrijving en vervolgens worden de bepalingen binnen de boormonsteranalyses gestandaardiseerd. Boorgatlogging en boormonsterfotografie zijn momenteel nog niet gepland binnen de BRO. 

Deze fasering brengt met zich mee dat tijdens het standaardisatie- en implementatie traject nieuwe inzichten ontstaan die ook doorgevoerd moeten worden in reeds in werking zijnde zaken. Deze consolidatie zal plaatsvinden nadat de verschillende vakgebieden binnen het booronderzoek zijn geïmplementeerd.

Vakgebied-specifieke BRO-catalogus voor booronderzoek wordt gefaseerd, per vakgebied, ingevoerd.

Samengevat

Binnen de Basisregistratie Ondergrond bedoelen we met een booronderzoek: de informatie dat het resultaat is van één onderzoek aan één boring. Er is vanuit één bronhouder één opdracht om op één locatie informatie in te winnen op één moment.

 Een boring op zich is nog geen booronderzoek. Daarom worden ook niet alle boringen onder de Basisregistratie Ondergrond geregistreerd. Pas als de monster of het boorgat van de boring worden onderzocht is er sprake van een booronderzoek.

Bij het bepalen van de wijze waarop het booronderzoek en de boormonsterbeschrijving worden uitgevoerd, wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande protocollen, standaarden en normen zodat er een eenduidige werkwijze is. Een van die aspecten voor de boormonsterbeschrijving is de classificatiemethode waaraan moet worden voldaan. Een classificatiemethode geeft aan welke aspecten van een laag beschreven moeten worden en hoe je die aspecten moet benoemen.   

De bronhouder/opdrachtgever moet bij het geven van opdrachten goed nadenken wat voor soort informatie hij uit het booronderzoek wil hebben, zodat hij voor zijn doel de conclusies kan trekken. De combinatie van de classificatiemethode van de boormonsterbeschrijving en het vakgebied zijn daarvoor richting gevend. De opdrachtnemer heeft dit vervolgens nodig omdat hij op die manier weet welke kennis en kunde nodig is en de mensen kan inplannen die dit specifieke booronderzoek uit kunnen voeren.

De classificatiemethode en het vakgebied zijn bij hergebruik van data uit de Basisregistratie Ondergrond van belang omdat de gebruiker daarmee kan inschatten of de bestaande informatie geschikt is voor zijn toepassingsdoel. Het is een soort kwaliteitsaanduiding en het duidt aan hoe het materiaal is beschreven, welke expertise erbij aanwezig was en wat voor informatie je er bij kunt verwachten.

De Basisregistratie Ondergrond houdt rekening met de vakgebieden én gebruikelijke classificatiemethoden.

Deze storymap is gemaakt door het team standaardisatie van de Basisregistratie Ondergrond als instrument ter ondersteuning van het standaardisatieproces van het registratieobject booronderzoek in de Basisregistratie Ondergrond. De storymap is in ontwikkeling en wordt geregeld geactualiseerd.

Het wordt op prijs gesteld als u uw feedback doorgeeft zodat we storymap kunnen aanpassen naar de behoefte van de lezers.

Dit is de versie van

Juli 2021

Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met:

Diversiteit in booronderzoeken.

Boormonsters: links monsters met geroerd materiaal. Rechts gestoken monsters.

Planning van de invoering van de vakgebied-specifieke BRO-catalogi voor booronderzoek